Eagleton gelezen

Geschreven: dinsdag 06 april 2010

Terry Eagleton (Uitgeverij Atlas 2007) heeft een aardig boekje geschreven over de zin van het leven. Hij vraagt zich allereerst af of: "wat is de zin van het leven?" wel een echte vraag is en refereert aan het onderscheid dat Wittgenstein maakte tussen echte en nepvragen. Het feit dat bedoelde vraag op eenzelfde manier is gestructureerd als bijv. de vraag: "wat is de kleur van die gordijnen?" betekent nog niet dat er op de vraag naar de zin van het leven ook een antwoord gegeven zou kunnen worden. Volgens W. is er geen oplossing, geen antwoord op de vraag te geven en waarom zou alles wat onder het begrip menselijk leven valt ook een enkele betekenis moeten hebben? Begrippen als "zin" en "betekenis" zijn verdacht geworden. Dingen zijn zichzelf en verwijzen nergens naar, zo is de postmoderne insteek. Moeten we dan maar afzien van het stellen van de vraag? Eagleton vindt dit niet nodig hetgeen niet verrassend is gelet op het feit dat hij zijn boekje heeft geschreven.

Is de zin van het leven gekoppeld aan religie? Hoewel voor een gelovige de zin van het leven direct aan het bestaan van God is gekoppeld betekent dat nog niet dat alleen voor een gelovige er een zin zou kunnen zijn. Marxisten bijv. zien in de geschiedenis een  zinvol patroon en ook mensen die de "vooruitgangsgedachte" aanhangen zien zinvolheid in de zin dat de geschiedenis een manifestatie is van een proces van ontvouwing van vrijheid en verlichting. Ook is het niet zo dat voor een ongelovige de wereld een totale chaos zou zijn getuige het bestaan van natuurwetten. Zonder een Allerhoogste zou er dus toch wel sprake van zin kunnen zijn. Interessante opmerking van E. is daarbij dat het geloof in een God ook niet onmiddellijk betekent dat het voor een gelovige zonneklaar is wat de zin van het leven is. Het bestaan van God kan ook vragen oproepen.

Zou het ook niet zo kunnen zijn, zo vraagt E. zich vervolgens af, dat wij de "werkelijke"  zin van het leven niet kunnen ontdekken omdat wij die waarheid niet aankunnen? Zo beweert Schopenhauer dat de hele werkelijkheid een produkt is van de WIL die ons in de waan brengt dat wijzelf aan de basis van ons willen staan. Freud zegt ook zoiets m.b.t. de begeerte. Fantasie, verkeerde beeldvorming en verdringing van de realiteit zijn onlosmakelijk met onze persoonlijkheid verbonden. Los van dit al kun je je ook afvragen of als wij weten wat de zin van het leven is, ons dit ook in staat stelt om een beter leven te leiden.

Is het leven wat je ervan maakt, vraagt E. zich tot slot af. Onze zelfbepaling heeft in ieder geval duidelijke grenzen, zo stelt hij. Je schept je leven niet uit het niets, als mens zijn we ten diepste afhankelijk van elkaar, we zijn "doorvlochten van andermans betekenissen". Er is de realiteit van familiebanden, sociaal verkeer, seksualiteit, dood, rouw, vrolijkheid, ziekte, arbeid, communicatie etc.. In dit opzicht is de idee dat ik de zin van mijn leven kan bepalen een illusie.
E. sluit af met het geven van een eigen visie te weten: "jazz als zin van het leven". Bij een jazzuitvoering is er geen conflict tussen vrijheid van het individu en het goed van het algemeen. De musici stellen elkaar in staat tot zelfverwerkelijking doordat ieder zichzelf in de muziek als geheel verliest. Een jazzuitvoering heeft op zich geen nut of zin maar is een genoegen op zichzelf en heeft geen andere rechtvaardiging dan het feit dat ze bestaat.
Het lijkt erop dat Eagleton met zijn visie aansluit bij Aristoteles die een koppeling legde tussen zelfverwerkelijking en het bereiken van geluk. Ook voor A. is geluk niet slechts een innerlijke toestand maar is het vooral "een zich op een bepaalde manier (sociaal) gedragen", geluk wordt bereikt via de deugd. Wat mij betreft levert dat een mooi maar wel een erg ideaal plaatje op. Jazzspelers hebben de liefde voor de muziek als gemeenschappelijk en kunnen zich "dus" ook in de muziek verliezen. In welk opzicht zouden niet-jazzspelers elkaar kunnen vinden? In de liefde voor "het leven"?
Het lijkt erop dat Eagleton zich heeft gerealiseerd dat als ieder zichzelf, op eigen wijze, gaat verwerkelijken, wat dat inhoudelijk ook moge betekenen, er conflicten kunnen en zullen ontstaan omdat mensen niet per definitie op een lijn zitten. Voor veel mensen is de zin van hun leven gelegen in het volgen van hetgeen in Koran of Bijbel is te lezen. Met de vergelijking met de jazzspelers heeft hij wat meer mogelijkheden tot harmonisch samenleven willen scheppen zo lijkt het. Betekent dat, dat als ik over de zin van mijn leven nadenk en ik tot de conclusie kom dat ik trompetspelen het einde vind,  ik door Eagleton wordt uitgenodigd om me ook te realiseren dat mijn trompetspel het mooist klinkt als ik dat afstem op het spel van al mijn medemensen? Of dien ik alleen met de mensen uit mijn directe omgeving rekening te houden? Hier had Eagleton wel wat duidelijker mogen zijn. Of maak ik het nu nodeloos gecompliceerd? Wie het weet mag het zeggen!