Gilles Deleuze - het boek Dialogen - zaterdagworkshops

Geschreven: zaterdag 18 juni 2016 Geschreven door Johan ter Heegde

Gilles Deleuze en Claire Parnet - Dialogen. Dat boek gebruiken we op de achtergrond van drie zaterdagworkshops op

- zaterdag 3 september,

- zaterdag 1 oktober en

- zaterdag 5 november 2016.

Wederom op de mooie en natuurlijke locatie Buitengoed Uylenburg bij Delft (Delfgauw).  

Het boek 'Dialogen' is een van de eerste in het Nederlands vertaalde teksten van Deleuze. Monique Scheepers heeft het boek vertaald. Ze zegt ergens in het voorwoord over het boek: ‘De gebezigde taal in dit boek doet denken aan spreektaal, alleen is zij te gecultiveerd om spreektaal te zijn. We kunnen niet ‘gewoon’ lezen, maar we moeten klankkleuren aanbrengen, stembuigingen volgen, het juiste ritme vinden… We moeten als het ware al lezende de spreker horen. Deleuze zegt zelf: ‘goed lezen is erin slagen een boek te behandelen zoals je een plaat beluistert, een film of televisie-uitzending bekijkt, of een wijsje in je opneemt’. Deleuze roept op om uit de vertrouwde denkschema’s te breken en te luisteren naar het gemoed in plaats van naar het verstand. 'Pop’filosofie.

 

Ik geef hierna wat voorbeelden van thema’s die ik in het boek tegenkom. Het zijn thema’s die het denken weer uitdagen. Ik pak enkele zinnen en som tenslotte nog enkele thema’s op.

Pagina 17 - Deleuze breekt met de traditie van de dialoog: hou op met vragen te stellen en antwoorden te geven. Blijf weg van discussie en tegenwerpingen. De kunst is een probleem te construeren, alvorens een oplossing te bedenken. Elke keer dat mij een tegenwerping gemaakt wordt, heb ik zin om te zeggen: ‘Goed oké, laten we over iets anders praten’. Het doel is niet vragen te beantwoorden, maar te ontkomen, eruit te komen. Een van de mooiste zinnen uit het boek.

Pagina 18 - Worden is nooit imiteren, noch doen alsof, noch zich conformeren aan een model, ook al is het er een van rechtvaardigheid of van waarheid. Er zijn geen binaire machines meer: vraag-antwoord, mannelijk-vrouwelijk, mens-dier, enz. Wordingen zijn bijna niet waar te nemen, het zijn handelingen die slechts vervat kunnen worden in een leven en uitgedrukt in een stijl. In de stijl zijn het niet de woorden die tellen, noch de zinnen, noch de ritmen en de figuren. Een woord kun je altijd vervangen door een ander. Als iedereen die moeite neemt kunnen we elkaar allemaal begrijpen, en is er nauwelijks nog reden om vragen te stellen of tegenwerpingen te maken.

Pagina 25 - Het gedicht van Bob Dylan, Writings and Drawings

Pagina 30 - We zijn woestijnen, maar bevolkt door stammen, dieren en planten. We brengen onze tijd door met het rangschikken van die stammen, met het anders opstellen ervan, met het uitschakelen van sommige en het doen gedijen van andere. De woestijn, het experimenteren met jezelf, is onze enige identiteit, onze enige kans op alle combinaties die ons bewonen.

Pagina 34 - Ik ben begonnen met de geschiedenis van de filosofie, toen zij zich nog deed gelden. Ik zag voor mezelf geen mogelijkheid me eruit te redden. Ik verdroeg noch Descartes, de dualismen en het Cogito, noch Hegel, de triaden en het werk van de negatie. Dus hield ik van auteurs die op een of andere manier ontsnapten aan de geschiedenis van de filosofie: Lucretius, Spinoza, Hume, Nietzsche, Bergson.

Pagina 50 – Lange tijd hebben de literatuur en zelfs de kunsten zich georganiseerd in ‘scholen’. En dat is al verschrikkelijk, een school: er is altijd een paus, er zijn manifesten, vertegenwoordigers, avant-garde verklaringen, rechtbanken ……

Pagina 95 - Over Spinoza.

Pagina 99 - Over de Stoïcijnen.

Pagina 108 - Wat is een koppeling?

Pagina 136 - Over l’Anti-Oedipe.

Pagina 139 - Organisatieplan, consistentieplan, immanentieplan.

Pagina 148 - Over het verlangen.

En nog circa 60 pagina’s. Met verschillende onderwerpen.

Een speurtocht op het internet leverde mij nog een tekst op over dit boek 'Dialogen'. 

Een tekst van Henk Oosterling. Ik geef deze tekst van Henk Oosterling hierna:


"De eerste tekst, die oorspronkelijk het karakter van een interview had, is verwerkt als een doorlopende
tekst, omdat volgens Deleuze "vragen te beantwoorden niet het doel is, maar te ontkomen, eruit te
komen"(pagina 17) en "de vraag-antwoord methode gemaakt is om dualismen te voeden"(pagina 41).
Inhoudelijk kritiek op het identiteitsdenken bepaalt opnieuw de vorm van zijn betoog. De tegenstelling 
tussen inhoud en vorm wordt in de 'stotterende' schrijfstijl, in het "en, en, en"(pagina 60)
door "koppelingen, die (de schrijver) hebben bedacht"(pagina 85) ontwricht.

Deleuze wil denken zoals het gras groeit. In hoofdstuk I zet hij de stilistische strategie om
'de binaire machine' te ontmantelen uiteen, terwijl in hoofdstuk III uitgebreid op L'AntiOedipe wordt ingegaan.
Maar het zijn vooral de weliswaar sporadische, maar hoogst intrigerende opmerkingen over
"microfascismen die in het sociaal veld bestaan"(pagina 205), uitgewerkt in hoofdstuk IV
getiteld 'Politieken', die deze vertaling plotseling een meerwaarde geven. Precies in het buiten
werking stellen van de dichotomie fascistisch-anarchistisch blijkt L'AntiOedipe actuele betekenis te krijgen.

Keer op keer benadrukt Deleuze de beweging van het denken. Hij wil "denken in termen
van gebeurtenis"(pagina 104) en dit uitdrukken in een schrijven als 'worden'(pagina 74). Omdat
filosoferen zich in tegenstelling tot de wetenschappen niet op resultaten richt, gaat het hem
niet om het begin of het eind, maar om de weg zelf of het midden. Deze Zentoon wordt expliciet
als hij opmerkt, dat "het ons over het algemeen echt aan een Oriëntdeeltje, een Zenkorrel ontbreekt"(pagina 138).
Deleuzes veelvoudige invallen doen de binaire machines overstromen. Affiniteit met de thematiek van Baudrillard,
Virilio en Sloterdijk klinkt soms door in een opmerking als: "wat je zoëven gebrekkig charme of stijl noemde,
dat is snelheid"(pagina 57).

De waardering voor "de superioriteit van de Engels-Amerikaanse literatuur", onderwerp van
hoofdstuk II, wordt niet onder stoelen of banken gestoken. De kracht ervan ligt precies in de 'deterritorialisaties',
in het schetsen van "die breuken, die personages die een vluchtlijn scheppen (...): alles is bij hen vertrek,
worden, passage, sprong, demon, betrekking met het buiten"(pagina 65), terwijl de Europese literatuur
nog door het spookbeeld van de geschiedenis wordt achtervolgd.

Telkens weer moet de balans worden opgemaakt, moet de tijd, het worden en daarmee het experiment worden
afgesloten. Wat na deze herformulering van filosoferen van het begrip of concept overblijft, wordt in
Dialogen niet systematisch uitgewerkt. Terloops wordt wel opgemerkt dat "de kleinst reële eenheid
niet het woord, noch het idee of het concept is, noch de betekenaar, maar de koppeling"(pagina 85).
Deze koppeling van concepten met beelden en affecten is wel het onderwerp van het
opnieuw met Guattari geschreven Qu'estce que la philosophie (1991) en van Het denken in plooien geschikt."

Tot zover de tekst van Henk Oosterling. Zie voor nog meer verwijzing en bespreking van teksten van Deleuze zijn web site.
 
Voor een kennismaking met Gilles Deleuze kun je op het internet wel enkele essays vinden 
(download voor eigen gebruik):
download deze essays als pdf bij de website van Cloud Collective.
Wanneer iemand mij kan vertellen wie de auteur is van deze essays dan hoor ik dat graag en
vermelden wij hem of haar op deze pagina. Wellicht wil de auteur misschien
op een Deleuziaanse manier ónzichtbaar' blijven .......

  Meld je per e-mail eenvoudig voor de workshops op zaterdag 3 september, zaterdag 1 oktober en zaterdag 5 november 2016 
  op de mooie en natuurlijke locatie Buitengoed Uylenburg bij Delft (Delfgauw).